“Suriname werd gekoloniseerd door Europeanen.”
Het is een zin die je in vrijwel ieder geschiedenisboek kunt tegenkomen.
Op het eerste gezicht lijkt er weinig mis mee. Historisch gezien spreken we immers over de Engelse en later Nederlandse kolonisatie van Suriname. Maar kijk nog eens naar die zin.
Wie vertelt hier eigenlijk het verhaal?
Want voordat er ook maar één Europeaan voet aan wal zette, was het gebied dat wij vandaag Suriname noemen al bewoond. Inheemse volken leefden er, gebruikten het land, hadden hun eigen gemeenschappen, talen, kennis, spiritualiteit en politieke verhoudingen.
Toen Europeanen arriveerden, kwamen zij dus niet aan in een leeg land. Ze kwamen aan in andermans leefgebied. En dat maakt de woorden die we gebruiken belangrijk.
Wat betekent kolonisatie eigenlijk?
Het woord kolonisatie klinkt inmiddels bijna administratief.
Een land koloniseert een ander gebied. Er ontstaat een kolonie. De mensen die zich daar vestigen noemen we kolonisten. Maar achter die woorden ging vaak een veel gewelddadiger proces schuil.
Binnen hedendaags wetenschappelijk onderzoek wordt kolonialisme beschreven als een systeem waarin een externe macht controle vestigt over een ander gebied en zijn bevolking. Bij settler colonialism, oftewel vestigingskolonialisme, staat vooral land centraal: mensen van buitenaf vestigen zich permanent in een gebied en proberen bestaande Inheemse zeggenschap te vervangen door hun eigen politieke en juridische orde.
Wetenschappelijke literatuur van Cambridge University Press omschrijft settler colonialism als een vorm van koloniale overheersing waarbij het vervangen of uitschakelen van Inheemse politieke autoriteit centraal staat, zodat land beschikbaar komt voor de nieuwe bevolking.
Daarmee krijgt het woord kolonist ineens een andere lading. Vanuit Europees perspectief was iemand een kolonist.
Vanuit het perspectief van de mensen die er al woonden, kon diezelfde persoon een vreemdeling, bezetter of indringer zijn.
Beide woorden beschrijven dezelfde ontmoeting. Maar niet hetzelfde perspectief.
Suriname begon niet bij de komst van Europa
Ook in officiële documenten wordt erkend dat de oorspronkelijke bewoners van het gebied Inheemse volken waren.
Kaliña, Lokono, Trio, Wayana en verschillende andere Inheemse volken leefden in het gebied lang vóór de Europese koloniale aanwezigheid. Toch begint de geschreven geschiedenis van Suriname opvallend vaak met Europese werkwoorden:
ontdekken. verkennen. vestigen. koloniseren.
Zelfs in een VN-document over Suriname wordt gesproken over de kust van de Guyana's die aan het einde van de vijftiende eeuw werd “ontdekt”, waarna wordt vermeld dat de oorspronkelijke bewoners Inheemse volken waren. Vervolgens worden Engelse en Franse kolonisatiepogingen en de Nederlandse verovering van Suriname in 1667 beschreven.
Maar daar zit een interessante spanning. Want hoe ontdek je een gebied waar al mensen wonen?
Ontdekt voor wie?
Stel dat morgen iemand jouw huis binnenloopt.
Die persoon loopt door de woonkamer, maakt een plattegrond, geeft iedere kamer een nieuwe naam en schrijft vervolgens: “In 2026 ontdekte ik dit huis.”
Waarschijnlijk zou je antwoorden: Ontdekt? Ik woonde hier al.
Dat simpele gedachte-experiment laat zien hoe sterk perspectief onze taal beïnvloedt. Voor Europeanen kon een gebied onbekend zijn. Dat betekent niet dat het onbekend was.
Voor Europeanen kon land nieuw zijn. Dat betekent niet dat het land nieuw was. En voor een Europese kroon kon een gebied een nieuwe kolonie worden.
Dat betekent niet dat het daarvoor niemands land was.
De kolonist bestaat alleen vanuit een bepaald perspectief
Hetzelfde geldt voor het woord kolonist.
In traditionele geschiedschrijving beschrijft het woord vooral wat Europeanen kwamen dóén: zich vestigen en een kolonie opbouwen. Maar het vertelt veel minder duidelijk wat hun komst betekende voor degenen die er al waren.
Land werd geclaimd. Europese bestuursvormen werden ingevoerd. Europese eigendomsconcepten werden toegepast.
En uiteindelijk ontstond een juridisch systeem waarin de koloniale staat zichzelf zeggenschap over het grondgebied toekende.
Dat is geen abstract verleden.
De juridische erfenis daarvan is vandaag nog zichtbaar.
In rapportages over Suriname wordt bijvoorbeeld beschreven hoe het Surinaamse grondsysteem voortbouwt op het zogenoemde domeinbeginsel: het uitgangspunt dat grond zonder aangetoond particulier eigendomsrecht tot het staatsdomein behoort. Tegelijkertijd maken Inheemse en tribale gemeenschappen aanspraak op gebieden die zij traditioneel bewonen en gebruiken.
Internationale organisaties hebben bovendien gewezen op het probleem dat collectieve landrechten van Inheemse en tribale volken lange tijd onvoldoende juridisch erkend zijn.
Het laat zien hoe een historische vraag nog altijd actueel is:
Wie kreeg eigenlijk het recht om te bepalen van wie het land was?
Maar werden de Inheemsen dan wel of niet gekoloniseerd?
Hier moeten we zorgvuldig zijn.
Je zou vanuit een Inheems perspectief kunnen zeggen:
“Onze voorouders gaven hun land niet weg. Europeanen drongen hun leefgebied binnen.”
Dat is iets anders dan wetenschappelijk beweren dat Inheemse volken niet gekoloniseerd zijn. Kolonisatie betekent namelijk niet dat de oorspronkelijke bevolking vrijwillig instemt met de nieuwe macht.
Integendeel.
Juist het opleggen van buitenlandse politieke, economische en juridische macht over bestaande bevolkingen is een belangrijk onderdeel van kolonialisme.
In die betekenis werden Inheemse volken wel degelijk geconfronteerd met kolonisatie.
Maar je kunt tegelijkertijd zeggen:
Europeanen kregen daarmee niet vanzelfsprekend een moreel recht op het land dat zij claimden.
Het ene sluit het andere niet uit.
Misschien moeten we daarom anders leren kijken
Dit betekent niet dat we het woord kolonist uit geschiedenisboeken moeten schrappen.
Het betekent dat we ons bewust moeten worden van wat het woord laat zien — en wat het verbergt.
Kolonist vertelt ons iets over het Europese project.
Indringer vertelt ons iets over de ervaring van degene wiens gebied werd binnengekomen.
Ontdekking vertelt het verhaal van degene die iets voor het eerst zag.
Invasie, verovering of landinname kan hetzelfde moment vanuit een heel ander perspectief beschrijven.
Geen van deze woorden is volledig neutraal. En precies daarom doet taal ertoe.
Geschiedenis verandert wanneer het perspectief verandert
Lange tijd werd de koloniale geschiedenis vooral geschreven vanuit degene die arriveerde.
We weten welke Europese ontdekkingsreiziger ergens aankwam. Welke gouverneur werd aangesteld. Welke kolonie werd gesticht. Welke plantage werd aangelegd.
Maar stel de vraag eens anders.
Niet: Wanneer kwamen de Europeanen naar Suriname?
Maar: Wat gebeurde er met de mensen die er al woonden toen de Europeanen kwamen?
Niet: Wie koloniseerde Suriname?
Maar: Wie besloot dat dit land gekoloniseerd mocht worden?
Niet: Welke gebieden werden ontdekt?
Maar: Wie woonde daar al?
Dan verandert niet noodzakelijk wat er gebeurd is.
Maar wel wat we zien. En misschien begint dekolonisatie van geschiedenis precies daar:
Niet door het verleden opnieuw uit te vinden, maar door te erkennen dat hetzelfde verleden er heel anders uitziet afhankelijk van aan welke kant van de kust je stond.
Kolonisatie beschrijft wat Europese machten deden. Het woord zegt op zichzelf nog niets over de legitimiteit van hun aanspraak op het land.
Bronnen
Patrick Wolfe (2006), Settler Colonialism and the Elimination of the Native, Journal of Genocide Research.
Ellen-Rose Kambel & Fergus MacKay (1999), The Rights of Indigenous Peoples and Maroons in Suriname.
IWGIA, Indigenous Peoples in Suriname.
Inter-American Court of Human Rights (2015), Kaliña and Lokono Peoples v. Suriname.
Nationaal Archief, Plantagekaart Suriname (1737).
Vrede van Breda (1667), History of Suriname.
Geschreven door Ranjana Channoo
Met dank aan Ruggero Biswane.voor een nieuw perspectief.
